Hoe herken ik een #verslaving voordat ie begint op te lopen?

De geleidelijke lijn tussen een pleziertje en een levensvoorwaarde

Coronal MRI image showing Nucleus accumbens ci...

Nucleus Accumbens (via: Wikipedia)

Wanneer ik mensen spreek over mijn werk dan krijg ik vaak precies dezelfde reactie als dat ik krijg van klanten wanneer ik het heb over “verslaving”. Namelijk: “verslaving? Werk je dan met Junks?” Nou nee, een enkele junk zit er best wel tussen maar “junk worden” is eigenljk best uitzonderlijk als je ziet hoeveel mensen beginnen met het gebruik van verslavende middelen zonder erg verslaafd te raken.
En aan de andere kant is, natuurlijk eigenlijk veel gevaarlijker, is er de reactie van de klant die ik vaak genoeg tegen ben gekomen: “Ik verslaafd?? Ik ben toch geen junk!”
Nee, duidelijk ben je géén junk, daar moet je nog een hoop voor oefenen. Als je eenmaal junk geworden bent, dan ben je inmiddels het vieze randje aan de ijsberg van verslaving. Maar die ijsberg is zó veel groter dan alleen z’n vieze randje. Die viezige rand trekt misschien makkelijker de aandacht van de omgeving maar een ijsberg is wel véééél meer dan alleen het stukje dat viezig is geworden. Er is echt veel meer ijs: boven water èn onder water.
Boven water, duidelijk herkenbaar als verslaving zie je de mensen die klinisch opgenomen moeten worden door de schade die is ontstaan door het gebruik, Korsakov bijvoorbeeld.
Maar vooral ook onder water: diep onder water waar er nog helemaal niets zichtbaar is van verslaving.
Dit laat al zien dat verslaving een aandoening is die niet zwart/wit is, niet als een binaire schakelaar is, maar een aandoening die groeit en die dus niet wel-of-niet-aanwezig is. Je kan een 10 hebben voor verslaving en dan slaap je onder een brug en zie je aan de huid op honderd meter afstand dat er ziekte woekert.
Je zou een “junk” kunnen definiëren als iemand met een verslaving die daar zó ver in is doorgegaan dat hij niet alleen z’n gezondheid maar ook z’n werk, z’n sociaal netwerk, z’n productiviteit en z’n waarden naar de knoppen heeft laten gaan. Niet omdat hij dom of slordig is, niet omdat je geen capaciteiten hebt, maar omdat het gebruik van het verslavende middel gaandeweg belangrijker is geworden dan al die andere levensgebieden.

Geleidelijkheid

Voordat je een 10 hebt moet je langs de 9, de 8.. Die zijn ook nog ruim voldoende om herkenbaar te zijn als verslaving. Maar gaandeweg komen we bij de 6, de 6-, de 5,5, de 5 – nog net onvoldoende om duidelijk herkenbaar te zijn voor de persoon en z’n directe omgeving, maar genoeg om al wel merkbaar te zijn.
De 4, de 3… Of moet ik me gelijk al zenuwachtig gaan maken bij een anderhalf? Dat lijkt mij niet.
Maar juist de geleidelijkheid is wel een lastig punt bij het reageren op verslaving. Je hoest je niet gelijk je longen uit je lijf als je aan een nicotine verslaving begint, dat komt later pas. Je bedelt niet gelijk voor een rokertje van een ander merk dan het merk dat jij eigenlijk lekker vindt. Dat gebeurt pas als je genoeg gerookt hebt om de onttrekking belangrijker te vinden dan de smaak. Je bent niet gelijk al in paniek als je jouw sigaretten niet bij je hebt. Dat is een kenmerk van verslaving waarvoor je ‘genoeg’ gerookt moet hebben en dàn schrik je inderdaad pas zo extreem als je jouw tabak thuis hebt laten liggen. Daar moet je voor geoefend hebben.
Deze dingen gelden voor alle verslavende middelen. De angst die ontstaat als je jouw middel niet kunt krijgen, de boosheid die ontstaat als iemand jouw middel afpakt, zelfs al weet je dat het voor je eigen bestwil is. Signalen die toch wel aangeven dat je een dikke voldoende hebt.
Het moment dat de onttrekkingsverschijnselen belangrijker zijn dan het genieten van het middel, dan zit je toch al wel in de buurt van een voldoende.
Wanneer je merkt dat de dingen die jou normaal plezier gaven minder plezierig beginnen te worden, dan zit je natuurlijk eigenlijk al wel op de 5 of de 6-. Bij voorbeeld wanneer gaandeweg “de biertjes bij het voetbal kijken met je vrienden” belangrijker zijn geworden dan “het voetbal kijken met je vrienden”..
Een verslaving is natuurlijk vooral een aandoening van het zenuwstelsel, en wel vooral van de nucleus accumbens, het “genotcentrum”, ook wel het “motivatiecircuit” van ons brein. Dat is dat deel van jouw brein dat ervoor zorgt dat je ervaart dat je iets lekker vindt en dat je er dingen voor over hebt om dat lekkere gevoel te krijgen.

De drug is niet het probleem, de ziekte is het probleem…

De neurologische aandoening die je aan het krijgen bent dóór een verslavend middel met regelmaat te gebruiken, die maakt dat andere genietingen dan de werking van het verslavende middel steeds moeilijker ‘doorkomen’, steeds minder ‘binnenkomen’. Lastig is dat het voor de eigenaar van dat brein kan lijken op een “beetje een depri periode” waarin het genieten even wat lastiger is en alles wat “vlakker voelt”. En een extra borreltje, snuifje, rokertje “om je erbovenop te helpen” wordt dan al natuurlijk extra aantrekkelijk op zulke ‘vlakke momenten’.

waardigheid en trots… signalen

Het moment dat je waardigheid op de schop gaat… Tja, dat hangt een beetje af van de waardigheid die je had. Als je jouw vrienden ‘goed’ (?) uitkiest dan kan je zelfs een hoop waardigheid krijgen doordat je zo veel kunt zuipen, slikken, snuiven. Maar het moment dat je om je heen kijkt en dat je eigenlijk merkt dat je hele vriendenkring voornamelijk bestaat uit medegebruikers… Dat verdient ook wel een cijfer, ja.
Dan zijn er nog twee redenen waarom mensen respect verliezen.
De eerste is obligaat en wordt ook vaak gebruikt om mensen met een verslaving in een slecht daglicht te zetten zodat we niet serieus hoeven te nemen wat ze zeggen. Mensen met regelmatig gebruik maken nou eenmaal meer fouten. Niet alleen letterlijke ongelukjes, ze schatten sociale situaties vaak net effe onhandig in. Grapjes die niet kunnen, ‘leukigheid’ of juist verdriet op momenten dat het eigenlijk onhandig is. Mensen die al een wat hoger cijfer hebben voor verslaving die zijn soms ook wat makkelijker te manipuleren of zelfs te blackmailen, wat nog wel eens zorgt voor rare situaties op de werkvloer bij managers met een verslavingsprobleem. Ze werken misschien keihard maar ze werken zichzelf ook tegen. Ook buiten de werksituatie zijn er verantwoordelijkheden die zoek kunnen raken, in relaties of tijdens het opvoeden. Kinderen merken soms dat hun ouders niet zo goed opletten en krijgen daardoor ruimte die later in de puberteit lastig terug te claimen is, bijvoorbeeld. Het lijkt vrijheid. Maar onder invloed kunnen desinteresse en ruimdenkendheid dicht bij elkaar liggen, als je het van buitenaf bekijkt.

Een volgend punt is dat mensen met regelmatig gebruik vaak hun zogenaamd ‘negatieve emoties’ weg gebruiken. Maar de positieve kant van de zichtbaarheid van dergelijke emoties is wel dat de omgeving wéét dat er iets aan de hand is. Dus grenzen worden ook makkelijker overschreden, want niemand weet immers dat jij je al een poosje irriteert. Troost voor jouw verdriet komt niet jouw kant op want mensen hebben minder respect voor dronken tranen. Of ze zien natuurlijk helemaal niet dat er iemand verdrietig is omdat ie zich heeft terug getrokken en thuis aan het drinken is.
Er wordt niet meer gereageerd op jou en jouw emoties, duidelijk wordt alleen maar dat jouw omgeving je nieuwe gedrag niet waardeert.

verlies van respect

Het verlies van respect is vaak ook een teken aan de wand. Het cijfer datje er aan moet hangen is eenbeetje afhankelijk van de manier waarop het gebeurt.
Wanneer zichtbaar wordt dat werksituaties moeizamer worden, dat studie begint te haperen, dan kon je toch wel aangeland zijn op de 4 à 5 waarop de dingen nog niet verkeerd lopen maar waar al wel merkbaar is dat jouw prioriteiten beginnen te schuiven. En als de prioriteit van het middel gaandeweg de plaats begint in te nemen van de opvoeding van jouw kinderen, van jouw rol als de opvoeder van jouw nageslacht, dan zitten we natuurlijk inmiddels op de 7 à 8. Als je het inmiddels vervelend vindt om je kinderen voor te lezen ’s avonds, omdat je liever een wijntje zit te drinken dan zit je misschien op een 7- (hangt ook een beetje van de kinderen af natuurlijk). Maar als dat zelfde wijntje ineens belangrijker wordt dan het klaarmaken van het broodtrommeltje voor school… Wat voor cijfer geef jij daar aan?
Wanneer de dingen die andere mensen bang zouden maken voor jou minder angstig zijn, dan is het misschien tijd om eens na te denken waarom dat zo is. Ben jij dapperder dan anderen of is het mogelijk omdat het voor jou verhoudingsgewijs enger is dan voor een ander om “zonder te zitten”?
Wanneer je merkt dat je jezelf begint te schamen als je naar de glasbak loopt of wanneer jouw gebruik ter sprake komt in een gewoon gesprek, dan kan het natuurlijk zijn dat jij iemand bent die zich gewoon erg snel over van alles schaamt. Het kan ook zijn dat het gevoel van schaamte eigenlijk vooral betekent dat je merkt dat je iets aan het doen bent waar je eigenlijk zelf niet helemaal achter kan staan. Je zou daar een een 3, 4, 5 aan kunnen verbinden misschien. Het is mogelijk ook wel een beetje afhankelijk van jouw bereidheid om je over jezelf te schamen. Het is geen vaste wetenschap waarbij er een wijzertje afgelezen kan worden in je hoofd, hoever het staat. Aan de andere kant kan je misschien naar aanleiding van dergelijke voorbeelden wel een beeld vormen van het leven van mensen die op de verschillende sporten staan van verslaving als groeiende aandoening.

Thuisgebruik is het beginstation, gebruiken op straat is het eindstation.

En? Dus?! (conclusie)

Nou verwacht je waarschijnlijk zo langzamerhand een cijfer waarop je zou moeten reageren. Een cijfer waarop je ineens moet gaan toegeven: “nu is het inderdaad verslaving geworden en nu moet ik wat gaan doen”.
En dat is logisch, dat denkt iedereen telkens weer als ze over verslaving beginnen te denken. Maar het lastige punt bij geleidelijk verlopende chronische aandoeningen is dus dat ik net aangaf dat het allemaal stappen zijn in het proces van verslaving.
De vraag is niet zo zeer binair en simpel: “waar reageer ik hoe?”
Dat is zoeken naar een simpel antwoord bij een ingewikkeld probleem. De vraag moet zijn: “Hoe reageer ik waar?!” en daar zijn dus vervolgens ontzettend veel verschillende antwoorden op. Afhankelijk van de dingen die jij kunt, en wilt bereiken, afhankelijk van de problemen die zijn ontstaan, afhankelijk van het cijfer dat je eigenlijk zou moeten geven aan jouw verslaving en aan de mate waarin je dat ook wilt onderkennen en serieus wilt nemen. Een enkele muis in huis is wel op te lossen met een muizenval, dertig muizen in huis is een probleem dat vraagt om een nieuwe ijskast en een kat in huis, en een uit de hand gelopen muizenplaag maakt dat je misschien even elders moet gaan wonen…
Het vinden van een oplossing voor ingewikkelde problemen begint ermee dat je onder ogen ziet dat het het stellen van (te) simpele vragen ervoor zorgt dat je met antwoorden komt die te simpel zijn om die ingewikkelde problemen op te lossen.

Geef hier jouw reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s