overmatigheid versus biologische verslaving of juist psychologische afhankelijkheid

bijvoorbeeld: alcoholmisbruik of alcoholafhankelijkheid (DSM IV)

(zie voor een prezi over het verschil tussen afhankelijkheid en verslaving: biologische verslaving of juist psychologische afhankelijkheid – de 2 lagen van een verslaving)
Bij het bekijken van de problemen door “verslavende middelen” is het handig om zaken niet teveel op één hoop te gooien. Verslaving heeft het al zo in zich om een onoverzichtelijke toestand te worden. Dan is het handig om in dingen een beetje te scheiden zodat je overzicht kunt blijven houden.
Als er onduidelijkheden zijn rond verslaving dan zijn er aan die onduidelijkheden en die spraakverwarringen meestal grofweg drie aspecten te herkennen: “middelenmisbruik” of “overmatig gebruik”, “lichamelijke verslaving” en “psychologische afhankelijkheid”.

Middelenmisbruik of overmatig gebruik is namelijk niet hetzelfde als een (biologische) verslaving of een (psychologisch/emotionele) afhankelijkheid. Natuurlijk kunnen de laatste twee ertoe bijdragen dat de eerste ontstaat en groeit. Maar iemand kan ook heel goed véél te veel gebruiken zonder een beetje lichamelijk verslaafd te zijn. En ook al kunnen ze elkaar alle drie in stand houden: misbruik, verslaving en afhankelijkheid zijn drie verschillende zaken met verschillende oplossingen en verschillende oorzaken.

verslaving verus afhankelijkheid

Even voor alle duidelijkheid *verslaving” en “afhankelijkheid zijn twee termen die elders veelal door elkaar gebruikt worden. Ik ga niet zeggen dat andere mensen dat verkeerd doen, het is iets dat je even moet weten wanneer je hier op andere plekken over leest. De meeste schrijvers en sprekers maken geen verschil tussen de twee en gebruiken ze door elkaar. Ik haal deze twee graag uit elkaar door het meer over de biologische verslaving (lichamelijk) en over de emotioneel/psychologische afhankelijkheid (geestelijk) te spreken.

Termen

“Middelenmisbruik” is eigenlijk puur gebruik van een middel dat doorgaat terwijl er toch duidelijke nadelige consequenties aan zitten. ongeveer het zelfde als het iets minder belerende “bovenmatig gebruik” dat eigenlijk vooral zegt dat er meer/vaker gebruik wordt dan de eigenlijke maat. Nadelige gevolgen voor de gezondheid, voor de relaties, voor financiën, voor het werk of justitiële gevolgen (verlies van rijbevoegdheid bijvoorbeeld) zijn telkens géén reden om te stoppen. Daarbij zeg je niks over de oorzaak of de herkomst, je schetst alleen het probleem.

Afhankelijkheid en verslaving zijn beiden herkenbaar aan controleverlies en vooral een sterke behoefte om te gebruiken.
Verslaving doet dat eerder op een biologische, honger-achtige manier. Dat noemen we dan vaak “craving” of “trek” (ook wordt wel “jank” gebruikt in het Nederlands als het gevoel heel sterke trek is).
Bij afhankelijkheid zijn het gevoelens van meer emotionele aard (ook al heb je er misschien helemaal geen woorden voor) of door psychologische redenen dat de behoefte bestaat.
Maar beiden hebben dus in zich dat het middel als erg belangrijk en aantrekkelijk wordt ervaren op bepaalde momenten en dat er -om verschillende redenen- controle verlies ontstaat.

Aspecten vanaf verschillende kanten bekeken

Controle verlies heeft verschillende kanten:
Verslaving en afhankelijkheid herken je er aan het volgende: het is lastig om te stoppen, en als dat toch gelukt mag zijn dan kunnen verslaving en/of afhankelijkheid maken het lastig om gestopt te blijven. Je ziet bij beide aspecten, vaak door elkaar heen, dan ook meestal meerdere pogingen om te stoppen met het middelengebruik die telkens niet slagen, of die niet lang doorgezet kunnen worden. Dit is niet altijd prettig om toe te geven maar de meeste mensen (h)erkennen dat wel.

Je ziet ook dat het lastig is om controle te behouden op hoeveelheden en/of hoe vaak (frequentie) er gebruikt wordt.

Laten we eerst even naar de biologische kant kijken. Daar zie je vooral het controle verlies dat er vaak meer of langer gebruikt wordt dan dat men zich had voorgenomen. `Het bekende “één is teveel en twaalf is te weinig” laat vaak wel zien hoe het brein biologisch ont-remt door het eerste gebruik waardoor de dieper gelegen structuren de vrije hand krijgen om het verder het gedrag en dus de inname te bepalen. Als de handrem van het denken door één of twee drankjes is verminderd krijgt de trek en de craving de overhand en gebruikt de biologisch verslaafde vaak z’n gewoonlijke hoeveelheid.
Ook trek op vaste tijden of vaste plekken kan behoorlijk biologisch ingegeven worden, (ook al kan dit ook goed door psychologische afhankelijkheid worden ingegeven).

Prioriteiten: bij zowel afhankelijkheid als verslaving is de mate opvallend waarin een middel blijkbaar als “belangrijk” wordt ervaren door de persoon in kwestie. Dat is te zien aan het geld en de tijd en de aandacht die gaat zitten in het verkrijgen, het gebruiken en/of het herstellen (of verdoezelen) van het middelengebruik. Zowel bij verslaving als afhankelijkheid zal je zien dat het middel héél belangrijk ervaren wordt en dat andere prioriteiten naar achteren schuiven. Zeker bij biologische verslaving kan dat ook voor de persoon zelf volledig onbegrijpelijk zijn. Mensen kunnen een hekel aan zichzelf hebben dat zij merken dat het zo is, of er minstens zo uit ziet.

Ook op dit punt kunnen er zowel biologische als psychologische oorzaken zijn, ook al zal het natuurlijk vooral psychologisch en sociaal een uitwerking hebben. Vervolgens zullen hierdoor mogelijk sociale, biologische en andere problemen ontstaan waardoor het gebruik er voor de omgeving al snel uitziet als misbruik, dat is helder. Biologisch en genetisch gezien hebben mensen ook waarschijnlijk een duidelijke aanleg voor een verslaving aan een bepaald middel. Aan de andere kant kan het voorbeeld van de opvoeders of andere onhandigheid in een opvoeding natuurlijk ook afhankelijkheid aan middelen in de hand werken. Het voorbeeld van de opvoeders is daarbij natuurlijk belangrijk (“iedere keer als we samen dronken was het gezellig”). Of het voorbeeld van de opvoeder die bepaalde emoties even “wegwerkt” met gebruik als een vorm van emotionele coping strategie.

Oorzaken en gevoeligheid kunnen we misschien op verschillende manieren bij zowel de verslavingskant als de afhankelijkheidskant vinden. Heel anders is dit bij het ontstaan van tolerantie: wanneer we kijken met een biochemische bril naar verslaving dan valt op dat het effect van een psychoactief middel vaak steeds minder wordt. Dat maakt dat de gebruiker ervan meestal dus een steeds hogere dosis nodig heeft om dezelfde biologische effecten te krijgen in het brein, meer moet gebruiken voor hetzelfde zelfde psychologische effect. Tolerantie is een echt biologisch effect, dat natuurlijk wel weer effecten heeft op de psychologie.

Iets anders, en dan zitten we ineens weer meer aan de kant van de afhankelijkheid, is de gewenning: dingen die mensen vaak doen die gaan ze normaal vinden. Als we dus dagelijks gebruiken en we willen vervolgens gebruiken voor de kick dan zie je at er wel steeds extremer moet worden ingezet om tot dat kickgevoel te komen. De Expectancy theory van verslaving geeft inderdaad aan dat de gebruiker iets van het middel verwacht (ontspanning of plezier), die misschien eigenlijk niet realistisch is om te verwachten.

Vooral ook biologisch zijn dan weer de onttrekkingsverschijnselen (withdrawal).
Bepaalde middelen, ook medicijnen, kunnen hebben een bepaalde werking, bijvoorbeeld in de richting van downer of upper. Bij langduriger gebruik zie je vaak dat mensen in een nieuw soort van evenwicht zijn gekomen met het middel en wanneer je dan dat middel er ineens helemaal af trekt dan wordt dat evenwicht soms gevaarlijk verstoord en lopen er dingen uit de hand (zie: de risico’s van (plotselinge) onttrekking)
Vooral lichamelijk zie je dat er gebruikt moeten worden om geen vegetatieve disbalans (zweten, trillen etc.) of zelfs insulten (toevallen) te krijgen (ook al zie je deze verschijnselen ook wel bij “niet-middel-gebonden verslavingen” zoals gokverslaving, seksverslaving, werkverslaving etc)

Psychologisch zie je trouwens ook dat iemand sterk het gevoel en zelfs de vaste overtuiging kan hebben dat het middel noodzakelijk is om in evenwicht te blijven in het dagelijks leven. Een puntje van aandacht daarbij is dan natuurlijk wel de vraag: “welke verwachtingen hebben die mensen van dat dagelijkse leven?” Het zal natuurlijk problematisch uitpakken als ik (doping, bijvoorbeeld) van mijzelf verwacht dat ik prestaties moet leveren die ik eigenlijk alleen op basis van middelengebruik kan leveren. Maar soms kunnen er ook sociale situaties zijn (werk of relaties) die de emotionele “vlucht” in gebruik nodig hebben om ze uit te houden (voorbeelden als -emotionele- mishandeling, overmatige werkdruk etc)

Emotionele afhankelijkheid ontstaat ook als er door regelmatig gebruik bepaalde emoties zo onverteerbaar zijn geworden om nuchter mee te maken dat de situaties in hun leven waarin dergelijke situaties optreden inmiddels een ‘cue’ worden voor gebruik. Zo zie je nog wel eens dat het onvermogen te rouwen voor mensen met een afhankelijkheid keer-op-keer aanleiding vormt voor een terugval. Cognitieve theorieën sluiten hier ook goed bij aan. Vanuit die blikrichting is verslaving en vooral afhankelijkheid een automatisch gedrag en omdat we er eigenlijk helemaal niet meer zo bewust van zijn waarom we gebruiken worden op een gegeven moment ook de uitlokkende factoren onduidelijk: “ik kom uit mijn werk, ik wil even ontspannen” (hoeveel spanning inmiddels het drankgebruik ook veroorzaakt), “ik heb iets goed gedaan op school, ik heb het verdiend” (hoe ellendig inmiddels de gevoelens zijn die ontstaan door het regelmatig middelengebruik).

Zelfmedicatie bij psychiatrie: verder kunnen er ook onderliggende of complicerende psychiatrische aandoeningen zijn die het middel als een soort van medicatie ‘nodig’ maken. Er is dan meestal wel sprake van zelfmedicatie met een middel dat hele lullige bijwerkingen heeft (kom ik elders op) maar regelmatig speelt bij het ontstaan van afhankelijkheid (en dan daardoor verslaving) depressie een rol, spelen trauma’s een rol, speelt hyperventilatie bij paniekstoornissen of agressieproblematiek een rol. Maar het kan ook directer werken. Mensen met ADHD zijn bijvoorbeeld gebaat bij ritalin dat eigenlijk in de uitwerking heel erg lijkt op cocaïne maar dan zo laag gedoseerd dat een coke snuiver het nooit lang kan volhouden. Of het kan behulpzaam zijn tegen bijwerkingen van noodzakelijke medicatie: Mensen die haldol slikken merken dat hun bewegingspatroon veel soepeler wordt met een beetje XTC.

Conclusie

Als we naar de manieren kijken om ‘verslaving’ (in de rumste zin) te herkennen dan begrijpen we dat voorgaande aspecten ineens op een rijtje komen:

Alcohol and Drug Addictions
*A pattern of substance use within any 12 month period, which includes three or more of the following general symptoms:

  1. Tolerance
    1. increased amount of substance required to achieve desired effect
    2. diminished effect with continued use of the same amount
  2. Withdrawal (trembling, seizures, etc.)
  3. Amount or duration of use greater than intended
  4. Attempts without success to control or reduce substance use, despite desire to stop
  5. Large amount of time spent obtaining, using, or recovering from the effects of substance use
  6. Reduction or abandonment of social, occupational, and/or recreational activities due to substance use
  7. Inability to refrain from use, despite knowledge of physical or psychological problems due to use
    ** Individual has terminated use for at least one month and no acute withdrawal symptoms are present

Dus niet om veroordelend te doen of om verwijtend te kijken maar gewoon om nog eens na te lezen wat er nou zoal aan de hand zou kunnen zijn. Zodat we samen eens kunnen kijken wat er moet gebeuren. Wat mij betreft: als ik je daarbij kan helpen dan hoor ik graag van je.
neem hier voor informatie of afspraak contact op met Hans .. *klik*

Theoretisch toegiftje voor de geïnteresseerden

Behalve de biologische blik op verslaving en een wat algemener (bio)psychologische blik op afhankelijkheid die elkaar behoorlijk kunnen versterken en de wat meer pragmatische blik op beschrijvende manier van kijken in de DSM zijn er nog een paar manieren van kijken naar verslaving die mogelijk interessant zijn om even voorbij te laten komen wederom: ik pretendeer geen volledigheid-vragen of aanvullingen zijn altijd mogelijk-)
Je kunt vanuit verschillende stromingen kijken naar het hele fenomeen van ‘verslaving’.

Leertheoretisch gezien is afhankelijkheid ook goed te begrijpen want het gebruik maakt natuurlijk telkens dat ik mij even “goed voel” (op korte termijn) en is dus een uitstekende reïnforcer. Ik mag bepaalde gevoelens verwachten door het gebruik en/of ik mag verwachten dat bepaalde gevoelens verminderen. Die ervaringen is er iedere keer weer… wat er dan ook op lange termijn verder gebeurt doordat ik gaandeweg afleer om het op een  andere manier te doen…

Dit zie je ook in het life-and-proces model van verslaving die naar verslaving en afhankelijkheid kijkt als een aangeleerde reactie. het helpt ons wel om breder te kijken dan alleen maar naar de schadelijkheid van het middel, naar de functie van het middel. Vaak kunnen we middelengebruik alleen maar goed begrijpen als we naar het hele leven kijken, de contacten die iemand heeft, de ervaringen die iemand heeft. Gebruiken is een gedrag dat sociale en psychologische consequenties heeft. Niet de vraag “waarom zou ik niet moeten gebruiken” maar juist de vraag “waarom heb ik in bepaalde situaties wèl zin in gebruik?” is meestal een belangrijke vraag om antwoorden op te gaan zoeken.

Vanuit een sociaal perspectief gezien is er natuurlijk ook een omgeving die invloed heeft op het gedrag, de inname van drugs. Mensen die toch al niet zo lekker in hun vel zitten kunnen een enorme peer-pressure voelen waarbij de vriendengroep erg bepalend gaat zijn voor mijn middelengebruik. Waarschijnlijk zal ik gebruiken wat zij gebruiken om te passen in de groep van mensen waar ik bij wil horen. En zeker als het status heeft in een groep om je af te zetten tegen de maatschappij of waar het status heeft om “lekker slecht te zijn”, “naar de kloten te gaan”, dan ben je binnen die groep toch al snel afhankelijk van middelengebruik om je plek zeker te stellen.

Sociaal gezien zie je regelmatig in onderzoek dat mensen die gediscrimineerd worden ook makkelijker kiezen voor middelengebruik om zich goed te voelen, tenzij de groep groot genoeg is en mores heeft doe tegen het gebruik zijn. Het middelengebruik onder mensen met homoseksuele gevoelens of lesbische gevoelens of van mensen met een kinky seksualiteit is toch vaak wat hoger dan het landelijk gemiddelde. Dat er moet worden nagedacht over dingen waar een ander niet over hoeft na te denken en dat en maatschappelijk gezien ‘lastige’ gevoelens geïntegreerd moeten worden in het leven maakt dat er soms genoeg gedronken wordt om een latente verslaving tot bloei te laten komen.

Als je hier eens verder over van gedachten wilt wisselen:

PraatmetHans.nl

Geef hier jouw reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s